+31 6 83 16 67 33 [email protected]
Zo helpt u uw kind aan een eigen huis

Zo helpt u uw kind aan een eigen huis

Garant staan

Hoge huizenprijzen, strenge banken; het kopen van een eerste huis is niet gemakkelijk voor uw kinderen. Er zijn drie manieren waarop u als ouder kunt helpen.

1. Garant staan
U wordt medeschuldenaar van de hypotheek die de kinderen afsluiten. Door de kinderen op deze manier bij te staan, kunnen ouders helpen zonder dat het hen direct geld kost. Ze spreken alleen maar met de hypotheekverstrekker een bedrag af waarvan ze garanderen dat het wordt terugbetaald, en tekenen voor dat bedrag mee op de hypotheekakte. Deze ‘participatie’ geeft de hypotheekverstrekker doorgaans zo veel meer zekerheid dat het kind een kwart meer kan lenen. De kinderen betalen zelf de (complete) rente over de hypotheeklening en hebben dan ook recht op de volledige fiscale renteaftrek.

Nadeel is dat het lastiger wordt om de overwaarde van uw eigen huis te verzilveren. U hebt immers ‘op papier’ een grotere schuldenlast. Garant staan is dus niet zo vrijblijvend als het lijkt. En wat als het financieel slecht gaat met uw kinderen? Dan draait u op voor de kosten.

2. U springt bij
Stel: uw kind gaat naar de bank en krijgt bijvoorbeeld een lening voor driekwart van het bedrag dat nodig is om de gewenste woning te kunnen kopen. Daarna klopt het bij u aan met de vraag of u wellicht het vierde kwart wilt financieren. Als u over voldoende eigen vermogen beschikt, kunt u hier ‘ja’ tegen zeggen.

In dat geval stelt u samen met uw kind een onderhandse leningsovereenkomst op. Het is verstandig om deze lening in een akte bij de notaris vast te leggen. Bovendien: als u en uw partner overlijden, gaat de lening over op de erfgenamen. Dan kan het interessant zijn de lening testamentair kwijt te laten schelden.
Het voordeel van deze constructie? Uw kinderen kunnen de betaalde rente van het volledige hypotheekbedrag (dus het geleende bedrag bij de bank en het bedrag dat ze bij u lenen) opvoeren voor aftrek van de inkomstenbelasting.

Voor u maakt de lening aan uw kind fiscaal gezien niets uit. Of het bedrag nu op uw spaarbankboekje staat of een lening aan de kinderen betreft: in beide gevallen wordt het geld in box 3 belast.
Nadeel van een onderhandse lening is dat u geld leent zonder een onderpand. Bij een klein bedrag is dat niet zo erg, bij een groter bedrag is dat riskant. In dat geval kunt u beter de lening hypothecair verstrekken met het huis als onderpand (zie variant 3).

De grote vraag is tegen welke rente u de lening verstrekt. Bij een onderhandse lening mag u een hogere rente vragen dan de bank doet. Immers, u loopt meer risico dan een bank die een hypotheek verstrekt en daarom mag de vergoeding (lees: rente) hoger zijn. Het voordeel hiervan is dat u meer ontvangt, terwijl uw kind de betaalde rente kan aftrekken.
Wilt u de kosten voor uw kind juist zo laag mogelijk houden, dan mag u de rente naar beneden bijstellen. De stelregel hierbij is: de zakelijke rente min 25 procent. Met andere woorden: betaalt uw kind 5 procent rente aan de bank, dan mag u van de Belastingdienst 4 procent rente vragen.

3. U speelt voor bank
Bij deze variant stappen kinderen helemaal niet naar de bank, maar kloppen ze bij u aan voor een volledige hypothecaire lening waarbij hun huis als onderpand geldt. Ook dat regelt u bij de notaris. U kunt ‘voor bank spelen’ als u voldoende eigen vermogen hebt. Dat kunt u ook verkrijgen door de overwaarde van uw eigen woning in te zetten en een tweede hypotheek op uw huis te nemen.

Voordeel van deze constructie is dat uw vermogen gelijk blijft, maar u kunt wel een hogere rente vragen dan de spaarrente die u anders zou krijgen. Of u laat een hoge rente schieten en gunt het voordeeltje aan de kinderen. De hypotheekrente-aftrek is sowieso voor de kinderen.
En u loopt minder risico. Mocht uw zoon of dochter ooit in financiele problemen komen, dan hebt u als hypotheekverstrekker meer recht op uw uitgeleende geld dan eventuele andere schuldeisers.

Goed om te weten, garant staan.

• Behalve via een hypotheek kunnen ouders hun kinderen ook steunen door een bedrag te schenken. De aankoop van een eerste huis is een uitgelezen moment om de schenkingsvrijstelling van €25.449 (2016) te benutten. Dit bedrag mag u als ouder uw kinderen, indien zij tussen de 18 en 40 jaar zijn‚ één keer belastingvrij schenken.

• Is het geld voor een huis of dure studie? Dan is de vrijstelling hoger: €53.016. Let op! Volgend jaar (2017) gaat deze eenmalige vrijstelling naar verwachting omhoog naar €100.000.

• Er is daarnaast een jaarlijkse vrijstelling van €5.304.

• Mocht u ook andere kinderen hebben, betrek die dan altijd bij de dingen die u regelt voor uw ene kind. Wat als een ander kind over enige tijd ook een huis wil kopen? Hebt u dan wel genoeg geld om eenzelfde lening nogmaals te kunnen afsluiten?

• En wat u ook doet, let er wel op dat de woonlasten passen bij de financiele situatie van uw kinderen. Ook een schuld aan de ouders moet afgelost worden! Sjoemel daar niet mee, want anders ziet de fiscus het mogelijk als een schenking waarover extra belasting betaald moet worden.

Je huis als pensioenpot

Je huis als pensioenpot

Aflossen.

Wie zijn hypotheek aflost, heeft straks lagere vaste lasten én vermogen. Huiseigenaren die dat geld willen gebruiken als extra pensioen, moeten wel op zoek gaan naar een goedkopere koopwoning.

Het laatste jaar is het de nieuwe mantra van de overheid: los af die hypotheek, zo snel mogelijk, dan heb je straks een beter pensioen! Zo wees staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) er in menig interview op dat „je prima van je AOW kunt leven als je de hypotheek eenmaal hebt afbetaald”.

Niks nieuws voor de Belgen: zij zijn eraan gewend hun hypotheek in vijftien tot maximaal twintig jaar helemaal af te lossen. Geen wonder, want bij onze zuiderburen is de hypotheekrenteaftrek zeer beperkt, vertelt financieel planner Jeannette Scheepers-Van Hal, die in haar praktijk in het Vlaamse dorpje Retie veel naar België verhuisde Nederlanders als klant heeft.

Een Belgisch stel met een koophuis mag sinds 2005 per jaar maximaal 6.000 euro aftrekken van de belasting, tegen een belastingtarief van hooguit 30 procent, aldus Scheepers-Van Hal.

Terug naar Nederland: veel mensen zullen het toch wat karig vinden om van pakweg 730 à 1.058 euro per maand te leven – het huidige, netto AOW-bedrag per persoon voor respectievelijk stellen en alleenstaanden. Wat kunnen zij het beste doen, om aan extra geld te komen om hun pensioen mee te verhogen?

Financieel planner Fons de Bilde, voorzitter van de Vereniging Onafhankelijke Financieel Planners (VOFP), raadt huizenbezitters aan om inderdaad de hypotheek zo snel mogelijk af te lossen. „Daarna heb je lage vaste lasten en heb je vermogen opgebouwd. In de vorm van een huis.” Dat laatste is de best denkbare aanvullende oudedagsvoorziening, vindt hij. „Ik zou niet weten waar je meer rendement uit kunt halen dan uit een afgelost huis.”

Beleggen

Geld beleggen voor extra pensioen later, is volgens hem meestal ongunstiger dan aflossen. „Als je niet te veel risico wilt lopen, haal je maximaal 3,7 procent rendement per jaar. Daar moeten de beleggingskosten, 2 procent inflatiecorrectie plus de 1,2 procent vermogensrendementsheffing die particulieren betalen nog van af. Dat betekent dat je op z’n best 0,5 procent rendement maakt. Dat is onaantrekkelijk.”

Beleggen pakt ook snel ongunstiger uit dan aflossen, waarschuwt De Bilde. Omdat de overheid regelmatig de fiscale regels aanpast om de staatskas te spekken. Dat doet zij bij voorkeur met maatregelen die tegelijk aflossen stimuleren. Zo is dit jaar het eigenwoningforfait (percentage van de hypotheek dat niet aftrekbaar is) opnieuw verhoogd, van 0,70 naar 0,75 procent. Dat maakt een hypotheek duurder. Ook moet de hypotheek sinds 2014 op last van de staat in maximaal dertig jaar afgelost zijn.

Levensverwachting

Je hypotheek aflossen en van je huis een pensioenpot maken, laat onderzoek uit 2014 van de Amsterdam School of Real Estate zien. Een stel van 75 jaar dat zijn huis verkoopt en een overwaarde heeft van 254.000 euro houdt daar slechts 250 euro netto per maand aan over.

Kanttekening bij dit onderzoek is wel dat gekozen werd voor een zogeheten sale & lease back-constructie: het bejaarde stel verkoopt zijn huis aan een belegger en mag het daarna huren tot zijn 100ste verjaardag. Voordeel van dit scenario is dat het echtpaar niet hoeft te verhuizen. Het grote nadeel: het geld dat zij verdienen aan de verkoop van hun huis gaat grotendeels op aan huur.

Die huur is bovendien hoog: professionele beleggers willen een hoog rendement. Ook hebben de onderzoekers het totale bedrag dat nodig is voor huur gereserveerd tot de 100ste verjaardag. Dat is een veilig, maar voorzichtig scenario. De gemiddelde levensverwachting van een hoogopgeleide ligt nu rond de 84 jaar. Geen wonder dat het bejaarde stel uit de berekeningen van dit onderzoek zo weinig geld overhoudt voor extra pensioen.

Goed om te beseffen: een huis verzilveren, kan veel gunstiger uitpakken als de verkopende huiseigenaar genoegen neemt met wat minder zekerheid en bereid is om te verhuizen naar een kleiner koophuis. Dat laatste doen gepensioneerden maar zelden. Omdat ze gehecht zijn aan het huis waarin hun kinderen opgroeiden, ze geen verandering willen of ze hun vermogen niet willen opsouperen, maar nalaten aan de kinderen. Bij de meesten ontbreekt de financiële noodzaak om het gezinshuis te verkopen en te verhuizen. Zij kunnen goed leven van hun huidige pensioen.

Dure hobby’s

Die overweging kan anders uitpakken bij gepensioneerden die het krap hebben, of extra geld willen voor bijvoorbeeld bijzondere reizen of dure hobby’s. En voor dertigers, veertigers en vijftigers is het een geruststellende gedachte dat zij een karig pensioen goed kunnen aanvullen door hun huis straks in te ruilen.

Hoe gunstig deze optie kan uitpakken, blijkt uit twee rekenvoorbeelden die financieel planner De Bilde op verzoek van deze krant maakte.

Een stel van 67 jaar dat zijn huis verkoopt en na aankoop van een appartement 150.000 euro overhoudt. Heeft tot zijn 87ste elke maand een bedrag van 656 euro extra. Blijft er 250.000 euro over, dan is dat zelfs 1.094 euro. Het geld is verstandig belegd met een neutraal risicoprofiel en een conservatief ingeschat nettorendement van 0,5 procent. [Zie rekenvoorbeeld 1].

Er is echter nog een verzilveringsscenario denkbaar, dat volgens financieel planner Jeannette Scheepers-Van Hal financieel vaak gunstiger uitpakt. Dat is om niet blind in te zetten op aflossen. Maar door te (laten) rekenen of het geld dat anders naar aflossing zou gaan, niet beter af is in een beleggingsfonds. Laat een stel van 47 jaar deze inleg twintig jaar renderen, dan kan het bij pensionering in één keer de hypotheek aflossen en houdt het nog een aanzienlijk bedrag over als extra spaarpot. [Zie rekenvoorbeeld 2].

Voordeel van deze oplossing is dat het stel maximaal gebruikmaakt van de hypotheekrenteaftrek, zolang die nog bestaat. Ook profiteert het zo van het veel lagere belastingtarief voor gepensioneerden. Zonder risico is dit tweede scenario niet: als de overheid de fiscale regels verandert, kan het plan minder positief uitpakken.

En hoe te beoordelen hoeveel rendement reëel is? Financiële experts, zoals planners en adviseurs, verschillen hierover sterk van mening. Schat je het rendement laag in, zoals De Bilde, dan is beleggen zinloos. Meen je, dat een hoger rendement mogelijk is met beperkt risico, dan pakt beleggen snel beter uit dan aflossen.

Fiscaal cadeautje

Nog een laatste argument nodig om niet voor directe aflossing te gaan? Pensioengoeroe Noach van Beusekom, die onder anderen intermediairs, fiscalisten en advocaten bijschoolt en adviseert, voorziet dat de overheid aflossen fiscaal extra aantrekkelijk zal maken. „De overheid wil onze totale hypotheekschuld sneller terugdringen. Dan ligt het voor de hand dat zij tijdelijk bijvoorbeeld een hogere aftrek geeft aan iedereen die aflost. Heb je tegen de tijd dat zij dit fiscale cadeautje uitdeelt je hypotheek al afgelost, dan baal je.”

Twee opties uitgewerkt:

1 Verzilveren door een kleiner koophuis

Een echtpaar (beide partners zijn 67 jaar) verkoopt na zijn pensionering het huis waarin het 35 jaar heeft gewoond. De hypotheek is op dat moment helemaal afgelost. Wat kunnen ze het beste doen met de 4 ton die de verkoop opbrengt?

Veruit het gunstigste verzilveringsscenario is je huis verkopen en een kleiner, goedkoper huis kopen: zo blijven woonlasten – en dus de vaste lasten – laag.

Kopen de twee een ruim, onderhoudsvriendelijk appartement voor 250.000 euro, dan houden ze 150.000 euro over als aanvullend pensioen. Het stel wil dit geld de komende twintig jaar uitgeven, nu beiden nog vitaal zijn en veel ondernemen. Zij (laten) hun anderhalve ton renderen in een evenwichtig samengestelde beleggingsportefeuille en hebben dan, op basis van een nettorendement van 0,5 procent, elke maand tot hun 87ste verjaardag 656 euro extra te besteden. In dit bedrag is 2 procent inflatie per jaar en 1,2 procent vermogensrendementsheffing (in box 3) verdisconteerd. Wat betreft de inflatie: die ligt momenteel veel lager dan 2 procent, maar op de lange termijn komt hij gemiddeld wel rond de 2 procent uit.

Valt het nettorendement iets hoger uit, 1 procent, dan heeft het echtpaar maandelijks 689 euro extra geld. Bij 3 procent nettorendement is dat 831 euro per maand.

Een appartement huren, pakt financieel ongunstiger uit als de huurder aangewezen is op de vrije sector. Dat is duur, stelt Fons de Bilde na navraag bij een makelaar. Voor een huis van 80 à 100 vierkante meter in een veilige, prettige buurt met veel voorzieningen, dat ook voldoet als iemand slecht ter been is. Betaal je snel 1.000 à 1.200 euro per maand. Dat kan het echtpaar dus lang geen twintig jaar betalen.

Het kan wel als ze aan de verkoop in totaal 250.000 euro overhouden: dan levert hun geld netto per maand zo’n 1.150 euro op. Uitgaand van 0,5 procent nettorendement. Tenzij ze een woning vinden met een lagere huur, blijft er weinig geld over om leuke dingen te doen.

2 Verzilveren door beleggen

Een echtpaar, waarvan beide partners 47 jaar oud zijn, heeft een hypotheek van 300.000 euro. (de WOZ-waarde van het huis is ook 300.000 euro). Als het stel die afgelost wil hebben over twintig jaar (het tijdstip waarop het vermoedelijk met pensioen gaan) heeft het twee opties.

In optie 1 lost het echtpaar maandelijks 1.250 euro af en heeft het na twintig jaar in totaal 386.023 euro betaald om van zijn hypotheek af te komen.

In optie 2 lost het stel niet af en betalen het alleen rente. Dan is het na twintig jaar 156.840 euro kwijt. Het besluit het verschil (386.023 euro min 156.840 euro = 229.183 euro) in te leggen in een mixfonds bij bankverzekeraar Allianz. Die op basis van de prestaties in het verleden een rendement voorziet van ongeveer 6,3 procent. Van dit bedrag zijn de kosten die Allianz in rekening brengt (1,01 procent) al afgetrokken. Particulieren moeten nu nog de vermogensrendementsheffing betalen van 1,2 procent, om hun nettorendement te berekenen: 5,1 procent.

Na twintig jaar levert deze belegging het echtpaar een eindkapitaal op van 419.976 euro. Na aflossing van de hypotheek heeft het stel (op dat moment 67 jaar) nog 119.976 euro over voor extra pensioen.

Als dit echtpaar het geld laat staan bij Allianz, zodat dit blijft renderen. Kan het nu na een inflatiecorrectie van 2 procent per jaar twintig jaar lang elke maand 533 euro opnemen. Haalt Allianz een minder hoog rendement dan de voorziene 6,3 procent, dan daalt dit bedrag.

De tweede variant pakt dus veel gunstiger uit dan de eerste en is volgens Scheepers-Van Hal te prefereren. „Zelfs als Allianz maar 3,6 procent rendement haalt, ben je nog even gunstig uit als in optie 1.”

Bron: NRC Handelsblad, Rentsje de Gruyter Illustratie XF&M, 28 februari 2015