door Elly Teunissen | dec 26, 2015 | Nieuwsberichten
Over 25 jaar zal het aantal alleenwonende 80-plussers zijn verdubbeld tot 750 duizend. Er komen tot 2040 ook meer andere huishoudens bij, maar de sterkste groei zit in het aantal eenpersoonshuishoudens van ouderen. Ook al vlakt de groei af, toch telt Nederland in 2040 met 8,5 miljoen bijna 870 duizend huishoudens meer dan begin 2015. Dat blijkt uit de nieuwe huishoudensprognose van CBS.
Het aantal huishoudens stijgt niet meer zo sterk als voorheen. De afgelopen 25 jaar kwamen er 1,7 miljoen huishoudens bij. Voor de komende 25 jaar wordt een veel beperktere stijging van 870 duizend verwacht, en loopt het aantal op van 7,7 miljoen in 2015 tot 8,5 miljoen in 2040.
MEER OUDERE, MINDER JONGERE HUISHOUDENS
De groei van het aantal huishoudens komt volledig voor rekening van huishoudens van 65 jaar of ouder. Daarvan zullen er over 25 jaar 1,3 miljoen meer zijn dan begin 2015, waarvan de helft een 80-plushuishouden is. Deze ontwikkeling is deels het gevolg van de ouder wordende babyboomgeneratie. Ook wonen ouderen steeds langer zelfstandig dan vroeger. Vijfentwintig jaar geleden woonde ongeveer 30 procent van de 80-plussers in een instelling, vooral een verzorgings- of verpleeghuis. Begin 2015 was dit teruggelopen tot 13 procent, en in 2040 zal dat naar verwachting nog maar 8 procent zijn.
In 2040 zullen er naar verwachting juist 0,4 miljoen minder jongere huishoudens zijn dan in 2015. Door deze ontwikkeling vergrijzen de Nederlandse huishoudens snel. Begin 2015 had 26 procent van de huishoudens een 65-plusser als referentiepersoon, in 2040 is dat naar verwachting 39 procent.
VOORAL MEER EENPERSOONSHUISHOUDENS
Van de 870 duizend huishoudens die er tot 2040 bijkomen, bestaan er 700 duizend uit één persoon. Ook dit zijn grotendeels ouderen, die vaker dan mensen van middelbare leeftijd alleen wonen. Tegenwoordig is dat vooral omdat ze verweduwd zijn, in de toekomst zal ook echtscheiding vaker voorkomen. Het aantal eenpersoonshuishoudens van 80-plussers verdubbelt ruim, tot 750 duizend in 2040. In totaal telt ons land naar verwachting dan 3,6 miljoen eenpersoonshuishoudens, en is het aandeel opgelopen van 37 naar 42 procent van alle huishoudens.
Bron: Vastgoedactueel en cbs
door Elly Teunissen | dec 15, 2015 | Nieuwsberichten
Oudere huizenbezitters laten verkoopprijs harder zakken.
Ouderen hebben tijdens de crisis de verkoopprijs van hun woning harder laten zakken dan jongere huizenbezitters. Dat meldt het Kadaster op basis van gegevens over 2008 tot en met 2014.
Verkopers van boven de 75 jaar verkochten hun woning vorig jaar voor een 17 procent lagere prijs dan in 2008. Verkopers van 36 tot en met 45 jaar hebben hun prijs in dat jaar met 9 procent laten zakken ten opzichte van 2008.
“Er is een algemene trend zichtbaar: hoe ouder de verkoper, hoe groter de prijsdaling”, aldus het Kadaster. Dat de meeste oudere verkopers na de verkoop geen nieuwe koopwoning kopen, is een deel van de verklaring. Tussen 2012 en 2014 verliet 88 procent van deze leeftijdsgroep de woningmarkt.
Uitstromers van alle leeftijden verkochten hun woning in 2014 voor een gemiddeld 13 procent lagere prijs. Bij doorstromers lag de prijs maar 9 procent lager. “Een doorstromer heeft meer belang bij een hogere verkoopprijs, aangezien hij de opbrengst meeneemt in de aankoop van een nieuwe woning.”
Prijsstijgingen
Verder speelt mee dat veel ouderen hun huis hebben gekocht in een periode waarin de prijzen lager liggen dan nu. “Veelal hebben zij hun woning gekocht voor of tijdens de grote prijsstijgingen op de koopwoningmarkt in de jaren negentig en in de eerste jaren na de eeuwwisseling.”
Ruim 60 procent van de oudere verkopers heeft voor 2003 een huis gekocht. Daardoor komen zij minder snel in de problemen als ze met hun prijs zakken.
Gemiddeld genomen hebben de 75-plussers hun woning 17,5 jaar geleden gekocht. Toen, in 1998, was een woning ruim 100.000 euro goedkoper dan nu.
De groep van 36 tot 45 jaar heeft gemiddeld acht jaar geleden een huis gekocht. In het jaar 2007 was een huis gemiddeld 15.000 euro duurder dan nu. Zij hebben vaker te maken met een hypotheekschuld, waardoor ze de prijs minder makkelijk kunnen laten dalen.
Door: NU.nl, 15 december 2015
door Elly Teunissen | dec 15, 2015 | Nieuwsberichten
5 TIPS: SPAARBELASTING 2016 VERMIJDEN
Spaarders hebben een mager jaar achter de rug. Bij ABN AMRO, ING en Rabobank, de drie grootste spaarbanken, ontvang je momenteel een treurige 0,7% rente. Hoeveel spaargeld je ook hebt, dat schiet natuurlijk niet op. Bovendien moet er begin volgend jaar weer vermogensbelasting betaald worden. Hoe zit dat precies en kun je daar omheen?
Voor de Belastingdienst maakt het niet uit of je jouw geld in een oude sok bewaart, op een spaarrekening zet of in een beleggingsfonds steekt. Je betaalt belasting over het spaargeld (vermogen) dat je hebt, niet over het rendement dat je maakt.
De sok en de spaarrekening leveren op dit moment ongeveer evenveel op. Beleggers hebben het een stuk beter voor elkaar: ondanks een recente daling is het rendement op de AEX is sinds begin dit jaar ongeveer 5,5%.
Hoe werkt vermogensrendementsheffing?
Voor 2015 geldt een heffingsvrij vermogen van € 21.330 per persoon. Heb je een fiscale partner, dan mogen jullie samen € 42.660 vermogen hebben voordat er belasting over betaald moet worden. Je betaalt vervolgens 1,2% vermogensrendementsheffing over het bedrag bóven die drempel.
Belangrijk: de belasting over je spaargeld wordt berekend over het saldo op 1 januari van het jaar van aangifte. Wil je over belastingjaar 2016 minder vermogensrendementsheffing betalen, dan gaat dit dus over jouw vermogen op 1 januari 2016.
Spaarbelasting 2016 ontlopen?
In het voorbeeld hierboven zie je dat je € 164 belasting betaalt wanneer je € 35.000 spaargeld hebt. Dat is natuurlijk te overzien, maar wel vervelend. Heel veel is daar niet aan te doen: je bent wettelijk verplicht om ál je vermogen aan te geven bij de belasting. Ook contant geld. Eind december een flink bedrag opnemen en dat na 1 januari weer op je rekening storten, is dus geen oplossing.
Wat kun je wel doen? Heel simpel: houd niet meer spaargeld achter de hand dan nodig. Het is verstandig om geld apart te hebben voor een nieuwe wasmachine, een andere auto, tijdelijke werkloosheid of andere tegenvallers. Als je de luxe hebt om flink te sparen, doe dan iets met dat geld! € 35.000 op de bank is een leuk idee, maar levert je niets op.
Wat zijn de alternatieven?
Er is geen ‘standaard beste keuze’. De beste keuze voor jouw spaargeld is persoonlijk: wil je wel of geen risico nemen, heb je het geld op korte termijn nodig, kun je het in je woning steken, heb je grote toekomstplannen? Een aantal mogelijkheden:
Doe een (extra) aflossing op je hypotheek. Hiermee verlaag je je maandlasten, wat je iedere maand voordeel oplevert. Hoe hoger jouw hypotheekrente, hoe meer voordeel je dat oplevert. Meestal mag je 10% tot 15% per jaar boetevrij aflossen op je hypotheekbedrag. Dat kan je bovendien een extra rentekorting opleveren.
Een alternatief: investeer in je woning. Schaf zonnepanelen aan, laat je zolder isoleren, bouw een dakkapel of leg een mooie tuin aan. Je kunt investeren in de waarde van je woning, investeren in het verlagen van je woonlasten én investeren in je woongenot. Soms kan dat zelfs met subsidie.
Een wat ouderwets spreekwoord luidt ‘het laatste hemd heeft geen zakken’. Oftewel, je kunt niets meenemen als je doodgaat. Sparen is dan ook geen doel opzich. Misschien wil je nu vast nadenken wat er moet gebeuren met jouw spaargeld dat ooit ‘over’ is.
Wil je dat nalaten aan de kinderen en kleinkinderen? Daar profiteert de belastingdienst graag van mee. Fiscaal gezien kun je je spaargeld beter schenken vóór overlijden, in plaats van als erfenis. Dat kan ook ‘op papier’, zodat je het geld nu nog zelf in handen hebt. Bovendien kun je ook fiscaal gunstig schenken aan goede doelen.
- Laat je geld voor je werken
Verdiep je in beleggen. Twee op de drie mensen met een vermogen van ten minste € 50.000 kiest hiervoor. Kijk wel goed naar de risico’s: die zijn hoger dan bij een simpele spaarrekening. Het is bovendien verstandig alleen geld te beleggen dat je op korte termijn niet nodig hebt.
Vergeet niet dat je schulden mag aftrekken van je vermogen. Heb je nog een flinke studieschuld openstaan? Bij je belastingaangifte mag je die aftrekken van je spaargeld. Je kunt er natuurlijk ook voor kiezen je studieschuld af te lossen. Voor de lage rente op je studieschuld hoef je dat niet te doen, maar met het oog op een toekomstige hypotheek kan een studieschuld aflossen verstandig zijn.
De pensioenvoorziening voor toekomstige ouderen wordt steeds lastiger. Of je nu 60 of 30 bent, je kunt er niet volledig vanuit gaan dat jouw pensioen straks in orde is. Gelukkig heb je de mogelijkheid om daar iets aan te doen. Zelf sparen voor je pensioen is niet zo ingewikkeld als het lijkt, je moet het alleen wel echt zélf regelen. Misschien met ingang van 2016?
Je ziet het, er zijn volop manieren om de vermogensrendementsheffing te beperken. En belangrijker: een hoog spaarsaldo is leuk, maar je spaargeld is veel meer waard als je er iets mee doét. Pak deze donkere decembermaand eens een avond om jouw plannen voor de komende jaren op een rij te zetten. Kun je op spaargebied de zaken komend jaar handiger aanpakken?
Bron: Wegwijs, 4 december 2015
door Elly Teunissen | nov 11, 2015 | Nieuwsberichten
Langer zelfstandig wonen met een bijverslening.
ANBO is zeer te spreken over de ‘blijverslening’ van het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn). Dat is een soort lening of hypotheek waarmee je bijvoorbeeld woningaanpassingen kunt financieren. Liane den Haan, directeur-bestuurder van ANBO: “Voor senioren die hun woning willen aanpassen om langer zelfstandig te blijven wonen biedt deze lening in veel gevallen een oplossing. Maar dan moeten gemeenten hem wel aan gaan bieden!”
De ‘blijverslening’ kent twee varianten: een ‘hypothecaire’ en een ‘consumptieve’. Den Haan: “Een consumptieve lening kan je vergelijken met een gewone lening bij een bank of particulier. Maar dan tegen een voordelige rente en met een specifiek doel. De hypothecaire variant moet je echter bij een notaris afsluiten en heeft dus zwaardere eisen. Maar goed nieuws: de hypothecaire blijverslening kent geen leeftijdsgrenzen! Een goede zaak, want bij banken wordt het op hogere leeftijd soms moeilijker om een hypotheek te krijgen.” Een aantrekkelijke oplossing dus tegen een voordelige rente. “Wel geldt er een inkomenstoets om te zien of iemand de blijverslening kan terugbetalen.”
“Gemeenten kunnen zelf bepalen of ze mee willen doen aan de regeling en of ze aanvullende voorwaarden stellen,” vervolgt Den Haan. “Wij roepen gemeenten op om de blijverslening aan te gaan bieden aan bewoners die woningaanpassingen willen uitvoeren. Voordeel voor gemeenten kan zijn dat die bewoners geen beroep op de Wmo zullen doen. Daarbij hoeven inwoners, die dan zelf de aanpassing kunnen bekostigen, ook geen andere passende woning te zoeken.”
ANBO hoopt dat senioren de komende tijd zo eenvoudiger financiering voor woningaanpassingen kunnen regelen. En prettig kunnen blijven wonen waar ze wonen. “Als de blijverslening én de Wmo in alle gemeenten goed zouden worden uitgevoerd, is er dadelijk. Hopelijk geen ANBO Hulpfonds woningaanpassingen meer nodig.”
Bron: Ouderen Journaal 10 november 2015