door Elly Teunissen | apr 20, 2016 | Nieuwsberichten
De familiehypotheek: gunstig voor kind én voor ouders
Jij kunt tóch dat huis kopen, je ouders ontvangen een stuk meer rendement op hun spaargeld dan bij een bank.
Een deel van je spaargeld uitlenen aan je zoon of dochter, zodat hij of zij tóch dat droomhuis kan kopen. Dat noemen we een ‘familiehypotheek’. Zo’n familiehypotheek is interessant voor ouders die ruim voldoende spaargeld hebben en dat geld voorlopig niet ‘nodig’ hebben. De constructie kan een uitkomst zijn wanneer banken niet bereid zijn voldoende hypotheek te verstrekken. Het mooie van de familiehypotheek is: het is gunstig voor beide partijen.
Hoe werkt het?
De familiehypotheek staat ook wel bekend als een lening van de familiebank of de ouder-kind hypotheek. Het idee? Zoon of dochter leent (een deel) van het geld voor de aankoop van een woning van zijn of haar ouders. Ook een tante, broer of grootouder kan als geldverstrekker optreden. Het onderpand van de lening is, net als bij een gewone hypotheek, de woning.
Overweeg je als ouder een familiehypotheek aan je kind te verstrekken? Dan kun je zelf met hem of haar aan tafel om in onderling overleg de voorwaarden te bepalen. Denk hierbij aan het te lenen bedrag, de rente, de rentevaste periode en de manier van aflossing. Het is verstandig om hierbij een financieel adviseur te betrekken.
Rente familiehypotheek aftrekbaar
Net als bij een reguliere hypotheek is de rente die over de familiehypotheek betaald wordt aftrekbaar als wordt voldaan aan drie voorwaarden:
• De lening wordt in dertig jaar afgelost
• De hypotheek wordt aangemeld bij de belastingdienst
• De hypotheekrente is ‘marktconform’, wat in de praktijk een rekbaar begrip is. De standaardregel van de fiscus hiervoor is dat de rente voor een particuliere hypotheek maximaal 25 procent mag afwijken van vergelijkbare leningen die bij een bank gesloten worden.
Het klinkt misschien vreemd, maar een hogere rente kan gunstig uitpakken voor beide partijen. Dit omdat de rente fiscaal aftrekbaar is en omdat de rente-inkomsten voor de ouders niet belast worden.
Rekenvoorbeeld: zo werkt de familiehypotheek
De lening + hypotheekrente
Ilona heeft een woning van € 230.000 op het oog. Ze sluit een hypotheek van € 170.000 bij de bank. De overige € 60.000 leent ze bij haar ouders. Haar ouders vragen hier een rentevergoeding van 2,7% op jaarbasis voor. Dit is 125% van de gemiddelde hypotheekrente voor 10 jaar vast van dit moment (2,16%) en komt neer op een bruto rentevergoeding van € 1.620 per jaar.
Het vergelijken met de spaarrente
Hadden de ouders van Ilona het geld op hun spaarrekening bij de Rabobank laten staan, dan zouden ze per jaar 0,5% rente ontvangen. Sparen zou op jaarbasis € 300 opleveren. Met de hypotheekconstructie ontvangen zij maar liefst € 1.320 extra.
Netto rentelast Ilona
Ilona kan de betaalde rente volledig aftrekken van de belasting en van de € 1.620 bruto rente blijft netto slechts € 965 over. Dat is € 80 per maand.
Schenking aan Ilona
Met de familiehypotheek behalen de ouders van Ilona € 1.320 meer rendement dan wanneer zij de € 60.000 op een spaarrekening zouden stallen. Ze kunnen er voor kiezen om dit extraatje (deels) te schenken aan Ilona. Over dit bedrag hoeft Ilona geenschenkbelasting te betalen, omdat het bedrag onder de jaarlijkse schenkvrijstelling van € 5.304 blijft.
Ervan uitgaande dat Ilona minimaal € 965 van haar ouders ontvangt, dalen haar rentelasten voor de familiehypotheek van netto € 965 naar € 0. De hypotheek kost haar dus niets, ze kan er zelfs winst op maken.
Overige hypotheek
Naast de familiehypotheek van € 60.000 sluit Ilona een reguliere hypotheek van €170.000 bij de bank af. We gaan in dit voorbeeld uit van een annuïtaire hypotheek met een rente van 2,17% voor een rentevaste periode van 10 jaar. Over deze hypotheek betaalt Ilona netto € 2.189 rente per jaar. Had Ilona voor de volledige hypotheek (€ 230.000) bij de bank aangeklopt, dan was ze netto € 2.961 per jaar kwijt geweest aan rente. Een verschil van € 772 op jaarbasis.
Conclusie
De ouders van Ilona zijn tevreden. Zij ontvangen net zo veel rente als voorheen én hebben hun dochter flink vooruit kunnen helpen. Ilona heeft een kleinere hypotheek af kunnen sluiten bij de bank, en ze betaalt over de familiehypotheek geen rente Dat scheelt flink in haar maandlasten.
Let op!
Het direct met elkaar verrekenen van de schenking en de rentebetaling mag overigens niet. Dit moeten twee losstaande handelingen zijn, wil de Belastingdienst het goedkeuren. Ilona moet dus eerst het rentebedrag overmaken, waarna ze later eventueel de schenking ontvangt.
In bovenstaand voorbeeld is nog geen rekening gehouden met het Eigen Woning Forfait. Deze belasting wordt vaak verrekend met de hypotheekrenteaftrek, maar moet in dit geval achteraf nog verrekend worden. Dat levert echter voor beide situaties eenzelfde plaatje op, en is dus niet van belang voor de vergelijking.
Familiehypotheek: een verantwoorde keuze?
Geld lenen aan familieleden is vaak deels een emotionele kwestie. Ouders willen hun zoon of dochter de woning die ze op het oog hebben niet ontzeggen en besluiten hen daarom te helpen. Het is belangrijk dat ouders altijd goed de overweging maken of zij het geld echt kunnen missen. Misschien een open deur, maar eenmaal uitgeleend kan het geld niet voor andere zaken gebruikt worden.
Daarnaast is het verstandig om tot een verantwoord hypotheekbedrag te komen. Vond de bank het gewenste hypotheekbedrag voor het droomhuis veel te hoog en wilde ze geen hypotheek verstrekken? Dan hadden ze hier vast een reden voor. Het is belangrijk dat de hypotheek zonder al te veel moeite gedragen kan worden. Want naast wonen in het huis dat je op het oog hebt, wil je ook op vakantie kunnen gaan en een buffer hebben voor onverwachte uitgaven.
Bron: Wegwijs, door Britt van Keulen op vrijdag 15 april 2016
door Elly Teunissen | apr 19, 2016 | Nieuwsberichten
60-plus in een gammele bus
Twintig jaar lang genieten van het pensioen – dat staat u te wachten. Als de verveling toeslaat, pakken zestigers hun rugzak. „Papa denkt dat hij nog 20 is.”
Rugzak op, wandelschoenen aan en op pad. Gewoon in zijn eentje. Dat wil mijn vader. Hij is vorig jaar met pensioen gegaan en nu is de verveling toegeslagen. Het huis is opgeknapt, de huizen van de dochters volgden en de hole-in-ones zijn geslagen. Van de verveling wordt hij somber. Hij staat laat op, kibbelt met mijn moeder en gaat net iets te vaak „een stukje fietsen”. Hij wil nu dus gaan backpacken.
Voor mij kwam de mededeling over de telefoon niet echt als een verrassing. Voor mijn moeder wel, het backpacken tenminste. Ik hoorde hoe ze al hoestend en proestend haar lach probeerde in te houden. „Waarom zou ik op mijn leeftijd niet meer kunnen backpacken?” ging mijn vader door, deels tegen mij, deels tegen mijn moeder. „Ik moet toch íets.” Er klonk geritsel. „Papa denkt”, mijn moeder had de telefoon overgenomen, „dat hij nog twintig is.”
Backpacken is populair onder twintigers en dertigers. Na hun studie trekken ze naar Azië of Zuid-Amerika om de wereld te zien voordat ‘het echte leven’ begint. Maar ook vijftigers en zestigers halen steeds vaker hun rugzak van zolder. Nederlandse reisorganisaties voor avontuurlijke soloreizen zagen het aantal aanvragen van vijftigplussers de afgelopen drie jaar stijgen, vertellen ze.
Zo ging Olga Kroes, ZZP’er, op haar vijfenvijftigste voor het eerst backpacken. Ze was niet met pensioen maar ze was gescheiden en de kinderen gingen het huis uit. „Ik hoopte een nieuwe balans tussen werk en plezier te vinden”, vertelt ze. Het plan was één keer te backpacken, in Canada, maar ze werd gegrepen door het reisvirus en al snel volgden reizen naar Zuid-Amerika, Afrika en Azië.
Een gammel vliegtuig en busje
Haar meest memorabele reis ging naar Vorovoro. Met een gammel vliegtuig, een gammel busje, een gammel bootje en een oud ezeltje reisde ze er in drie dagen naartoe. Toen ze op het Fiji-eiland midden in de Stille Zuidzee aankwam, werd ze door de plaatselijke stam opgewacht met één korte vraag: „you, Olga Kroes?” Over een paar maanden gaat Kroes weer weg, dan stapt ze met haar backpack op de Transsiberië Expres naar Beijing.
„Wie zou er 130 jaar én gezond willen worden?” vraagt Andrea Maier in oktober tijdens een online college van de Universiteit van Nederland aan het publiek. Het overgrote deel steekt zijn hand op. Dat willen ze wel. „Dat komt goed uit”, vervolgt Maier, internist-ouderengeneeskunde aan het VU Medisch Centrum. „Dankzij de goede hygiëne en de medische revolutie van de afgelopen vijftig jaar zullen we alleen maar ouder worden. Wie weet zelfs onsterfelijk.”
Dat terwijl we nu al oud worden en vitaal blijven. In 2012 was de levensverwachting van 65-plussers voor mannen 83 jaar en voor vrouwen zelfs 86, blijkt uit cijfers van het CBS. De gemiddelde pensioenleeftijd lag toen op 63 jaar, nu is dat 64. Dit betekent dat deze groep minimaal 20 jaar met pensioen zal zijn.
Sinds ze bedluizen aantrof, kiest Olga Kroes voor de betere hostels en hotelletjes.
Te lang, vindt Jan Baars, filosoof en sociaal gerontoloog. En auteur van het boek Aging and the art of living. „Onze maatschappij is ingesteld op werken, werken, werken. Al tijdens je opleiding leer je hoe en hoeveel je dat zult moeten doen. Werken is vervlochten geraakt met onze identiteit.” Volgens Baars vergeten we tijdens onze carrière te leven. Hij pleit daarom voor een kortere werkweek, langer ouderschapsverlof en vrij nemen bij ziekten van familie of vrienden. „Zodat je na je pensioen niet in dat zwarte gat valt, maar al weet hoe het is om niet te werken.”
„Jouw vader is te snel met pensioen gegaan”, vindt Marcel Olde Rikkert. Hoogleraar geriatrie aan het Radboudumc en auteur van ‘het handboek voor ouderen’ Jong blijven & oud worden. „Tijdens je loopbaan ontvang je een constante stroom aan feedback en complimenten. Dat, samen met het dagelijkse sociale contact, geeft zingeving.” Wanneer je van de een op de andere dag met pensioen gaat, valt dat in één keer weg.
Olde Rikkert pleit ervoor het werkend leven stapsgewijs af te bouwen. Eerst vijf jaar lang een paar uur minder werken en dan stoppen. Voor mijn vader is dat te laat. Hij ís met pensioen en een nieuwe baan vinden lukt niet. Hij heeft het geprobeerd. „We zoeken iemand voor de langere termijn”, kreeg hij meerdere keren te horen. Of simpel gezegd: ‘te oud’.
De betere hostels en hotelletjes
Kroes ontmoet op reis regelmatig jonge backpackers. Die zeggen dan: „Ik wou dat mijn moeder dit nog deed. Maar die durft niet.” Jammer, vindt Kroes. Met kleine aanpassingen is het ook op latere leeftijd goed te doen. Tijdens haar eerste trips ging Kroes voor goedkope hostels, net als de jonge backpackers. „Ik vond dat het bij de ervaring hoorde.” Tot Kroes bedluizen aantrof. Sindsdien kiest ze voor de betere hostels en hotelletjes. „Op mijn leeftijd heb je daar wat meer geld voor over.” Al zijn zelfs deze ‘luxere’ accommodaties niet te vergelijken met Nederlandse hotels. „Je moet tegen een stootje kunnen.”
Kroes maakt ook veel gebruik van tuktuk’s, taxi’s en treintjes. „Locals leggen in de grote steden ook geen kilometers te voet af, waarom zou ik dat wel doen?” Tijdens langere voettochten laat ze haar spullen dragen door sherpa’s. En op al haar reizen geldt: niet haasten, neem de tijd, geniet.
Kroes’ gouden tip voor nieuwe reizigers is simpel: verzamel plastic zakjes. Elke dag. Een voorzorgsmaatregel voor reisziekte. „Niet prettig, maar iedereen moet eraan geloven.” Zodra Kroes bij een nieuwe slaapplek komt, maakt ze daar de prullenbak leeg en hangt er dan zo’n plastic zakje in. Die bak gaat naast haar bed. „Dan hoef je nooit te rennen voor je-weet-maar-nooit.”
Voor wie het spannend vindt ver van huis te gaan, adviseert Kroes naar China te gaan. In 2007 ging ze er voor het eerst heen. In de Chinese familiecultuur, waarin volwassenen tot op late leeftijd als voorbeeld worden gezien, voelde Kroes zich veilig en gerespecteerd. Ze bouwde een vriendschap op met een Chinese studente waar ze nog maandelijks mee mailt. „We vermaken elkaar eindeloos met anekdotes uit onze verschillende culturen.” Op haar volgende reis, weer naar China, neemt Kroes een vriendin uit Nederland mee die ze de afgelopen jaren heeft besmet met het ‘backpackvirus’. „Na één keer wilde ze meteen weer.”
Die betrokkenheid van gelijkgestemden is volgens Olde Rikkert verstandig. „Bekijk vooraf welke verenigingen over reizen op leeftijd er zijn en sluit je daar bij aan”, adviseert hij. Na vertrek kun je je belevenissen levend houden. „En blijf contact houden met mensen die je tijdens de reis ontmoet. Nodig ze uit bij jou thuis langs te komen of zie het als doel hen de jaren daarna op te zoeken.”
Waarom ga je niet mee?
Olde Rikkert denkt daarnaast dat het ontmoeten van jonge mensen mijn vader goed zal doen. „De combinatie van ervaring van de oudere en creativiteit van de jongere is een hele prettige”, legt hij uit. „Dit zie je bijvoorbeeld in de relatie grootouder-kleinkind, waaraan beide personen plezier beleven en van elkaar leren. Daarnaast is gemeenschappelijk iets beleven goed voor het behoud van de herinnering. Waarom ga je eigenlijk niet met hem mee?”
Om de verveling thuis tegen te gaan, moet je volgens Olde Rikkert in je gepensioneerde leven een ‘werksfeer’ creëren. Een ritme behouden, op tijd opstaan en op tijd naar bed. Een hond kan daarbij helpen. En een goed sociaal netwerk. Vrienden en collega’s opzoeken of nieuwe mensen ontmoeten door je aan te sluiten bij een vereniging. Op pad gaan: musea bezoeken, steden bekijken, uit dansen gaan. Al kan dat laatste ook prima thuis. „Kortom: doelen stellen. Die had je in je werkende leven ook.”
Is backpacken dan niet de perfecte oplossing? Je ontmoet dagelijks nieuwe mensen en je bent constant op pad. „Het kan een oplossing zijn”, denkt Olde Rikkert. Al moet je het wel voorbereiden. „Als je vóór vertrek niet tevreden was over je leven, zal dat na thuiskomst ook niet zo zijn.”
• NRC , Astrid van Rooij 16 april 2016
door Elly Teunissen | apr 11, 2016 | Nieuwsberichten
Welgestelde 55-plussers verhuizen terug naar de stad. De provincie is saai nu de kinderen de deur uit zijn. Terras en theaters lonken. En de kleinkinderen.
(meer…)
door Elly Teunissen | apr 6, 2016 | Nieuwsberichten
Erfbelasting
Hoewel hij nog geen cent van de erfenis van zijn overleden vader heeft ontvangen, krijgt hij wel belastingaanslagen die hem moedeloos maken.
De man aan mijn bureau is ten einde raad: nu zijn vader is overleden, dreigt hij zijn toeslagen kwijt te raken. Zonder die toeslagen kan hij de huur van zijn huis niet betalen en komt hij misschien op straat te staan. Kan ik hem helpen?Hij is enig kind en maatschappelijk lang niet zo succesvol als zijn vader. Geen onaardige jongen, maar niet zo slim. Weinig opleiding, twaalf ambachten dertien ongelukken, klein baantje. Hij redt het financieel maar net. Na de dood van zijn vader wacht hem een erfenis. Zijn ouders zijn in gemeenschap van goederen getrouwd. Zijn financiële zorgen zouden voorbij moeten zijn. Niets is minder waar.
De helft van de gemeenschap gaat naar zijn moeder, de andere helft delen zij als erfgenamen. Maar zijn vader heeft in zijn testament een langstlevendebeding laten opnemen. De zoon krijgt zijn erfenis pas na het overlijden van zijn moeder. Zij kan tot die tijd het geld gebruiken om te voorzien in haar levensonderhoud. Geen probleem, de zoon heeft geen haast. Maar nu wordt hij op de huid gezeten door de Belastingdienst. Hoewel hij nog geen cent heeft ontvangen uit de erfenis, heeft hij wel een belastingaanslag ontvangen over de 75.000 euro die hij – ooit – zal erven. Bovendien zal hij, zo is hem verteld, elk jaar belasting moeten betalen over zijn vermogen uit de erfenis. Omdat hij volgens de fiscus vermogen heeft, raakt hij waarschijnlijk zijn huursubsidie en andere toeslagen kwijt.
Gelukkig kan ik hem geruststellen. Aan het betalen van de erfbelasting valt niet te ontkomen. De Belastingdienst wil ermee voorkomen dat er na de dood van de langstlevende partner voor de fiscus niets meer te halen valt omdat het geld op is. Maar het goede nieuws voor de zoon is dat de moeder de aanslag moet betalen; van zijn erfdeel, dat wel. Bovendien is er sinds enkele jaren de regeling defiscalisering, een tegemoetkoming van de fiscus aan erfgenamen die nog op hun erfdeel moeten wachten. Zij hoeven daardoor geen vermogensbelasting te betalen zo lang ze hun erfdeel niet hebben ontvangen. Daardoor houdt de man dus recht op zijn toeslagen en kan hij in zijn huis blijven wonen. Opgelucht verlaat hij mijn kantoor. Makkelijker kan ik het voor mijn cliënten meestal niet maken, leuker soms wel.
Bovenstaand verhaal is echt gebeurd. Vanwege beroepsgeheim zijn de namen van de betrokkenen niet vermeld.
Bron: JOHAN NEBBELING, Brabants Dagblad 6 april 2016
door Elly Teunissen | apr 5, 2016 | Nieuwsberichten
Aangepaste seniorenwoning: kies je een lening of hypotheek?
Een tekort aan seniorenwoning dreigt. Wat doe je als je je eigen woning wilt aanpassen? Kies je een hypotheek of voor een gemeenteregeling als de blijverslening?
Telt Nederland te weinig seniorenwoningen? Volgens ouderenbond ANBO wel. En in de toekomst zeker, want uit hun onderzoek blijkt dat over vier jaar het aantal gemeenten met een tekort is opgelopen tot de helft. De VVD negeert ANBO’s alarmbellen, omdat ouderen volgens hen prima in staat zijn hun woning zelf ‘levensloopbestendig’ te maken. Maar hoe doe je dat?
Een seniorenwoning is een huis dat is aangepast naar bestaande of toekomstige zorgbehoeften. Dus geen drempels en bij voorkeur helemaal gelijkvloers. Gemeenten hebben weinig zicht op het aantal seniorenwoningen in hun gemeenten. Met het oog op de vergrijzing is dat een slechte ontwikkeling, vindt ANBO. Zij pleiten voor de bouw van meer seniorenwoningen.
Maar je kunt natuurlijk ook je eigen woning aanpassen. Dat kan door bijvoorbeeld bad- en slaapkamer naar beneden te verplaatsen, een traplift te installeren of het sanitair voor mensen op leeftijd geschikt te maken. Daar zijn natuurlijk wel kosten aan verbonden. Omdat de overheid langer thuis wonen speerpunt van haar beleid gemaakt heeft, zijn daar potjes voor beschikbaar.
Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – gemeente bepaalt noodzaak
De eerste regeling waar je een beroep op kunt doen is de Wmo, de Wet maatschappelijke ondersteuning. De gemeente in je woonplaats heeft verplicht een loket waar je aanvragen kunt doen voor de woningaanpassingen waarvan je vindt dat je ze nodig hebt.
Eerder onderzoek van ANBO heeft overigens uitgewezen dat niet alle gemeenten daar even goed mee omgaan. Soms luidt het advies bijvoorbeeld simpelweg ‘verhuizen’. Dat staat haaks op de voornemens om mensen langer zelf thuis te laten wonen.
Blijverslening – goedkope hypotheek voor ouderen
Nieuw is de blijverslening. Daarmee kun je tegen zeer gunstige voorwaarden geld lenen voor een aanpassing in je huis. De blijverslening is in feite een gewone hypotheek, met als bijzonderheid dat de gemeente de geldverstrekker is.
De blijverslening is op dit moment de hypotheek met de laagste rente. Voor leensommen tot 10.000 euro bedraagt die 1 procent. Tussen de 10.000 en 50.000 euro is de rente 2 procent. Je kunt de blijverslening ook krijgen zonder een huis als onderpand. Dan is het een consumptief krediet. De rente bedraagt in dat geval nog steeds slechts 3,1 procent.
Bij welke gemeenten krijg je een blijverslening?
Net als met de starterslening, kunnen gemeenten zelf bepalen of ze de blijverslening willen aanbieden. In tegenstelling tot de lening voor mensen die hun eerste huis kopen, zijn er nog niet veel gemeenten waar je terecht kunt voor de blijverslening. Slechts twee momenteel: het Gelderse Renkum en het Drentse Hoogeveen. De verwachting is dat binnenkort meer gemeenten de blijverslening gaan aanbieden.
Krediethypotheek – duurder dan blijverslening en variabele rente
Wil je je woning levensloopbestendig maken, maar kom je niet in aanmerking voor een van de genoemde regelingen? Dan zijn er ook andere mogelijkheden, zoals de krediethypotheek. Je huis is dan wel onderpand en de rente is variabel, maar het is een relatief goedkope optie om de waarde van je huis te verzilveren.
Bron: Wegwijs, dinsdag 5 april 2016
door Elly Teunissen | mrt 21, 2016 | Nieuwsberichten
Senioren betalen teveel voor hun hypotheek
Uit een inventarisatie van Vereniging Eigen Huis (VEH) blijkt dat senioren steeds vaker onterecht extra voor hun hypotheek moeten betalen. Huiseigenaren met een bescheiden aflossingsvrije hypotheek, die vaak maar half zo hoog is als de waarde van hun woning. Betalen volgens Vereniging Eigen Huis ten onrechte een risico-opslag bovenop hun hypotheekrente.
Deze opslag kan oplopen tot 0,3 procent. Iemand met een hypotheek van 200.000 euro en een woning die 400.000 euro of meer waard is. Betaalt hierdoor elke maand, jaar in jaar uit, 50 euro extra rente aan zijn bank. De vereniging roept de banken op om deze opslag te schrappen. Steeds vaker berekenen geldverstrekkers een renteopslag bij een aflossingsvrije hypotheek. Ook als die veel kleiner is dan de waarde van de woning.
Vereniging Eigen Huis wordt hierover veel gebeld door verontwaardigde leden. “Hun boosheid is begrijpelijk, want voor een opslag ontbreekt iedere grond als er sprake is van een flinke overwaarde. Er is dan namelijk geen extra risico voor de bank, omdat de woning bij verkoop veel meer oplevert dan nodig is om de hypotheek af te lossen”, zegt Rob Mulder, directeur belangenbehartiging van Vereniging Eigen Huis.
Vooral hoger rendement
Banken en andere geldverstrekkers berekenen de renteopslag omdat dat er volgens hen bij alle aflossingsvrije hypotheken een extra hypotheekrisico zou bestaan. In tegenstelling tot een annuïteiten hypotheek waarop maandelijks wordt afgelost. Maar van een extra risico kan geen sprake zijn als de hypotheekschuld nog maar de helft of minder is van de actuele woningwaarde.
Volgens het CBS hebben huiseigenaren van 60 jaar en ouder een gemiddelde woningwaarde van 300.000 euro. En een hypotheek van 137.000 euro. Bij verkoop levert het huis dus ruim het dubbele op van de uitstaande hypotheekschuld. De vereniging vermoedt dan ook dat banken de renteopslag niet zozeer nodig hebben om een hypotheekrisico mee af te dekken. Maar vooral gebruiken om het rendement op hypotheken mee te verhogen.
Alsnog aflossen soms onverstandig
Vereniging Eigen Huis ziet dat banken de renteopslag ook gebruiken om klanten te stimuleren om alsnog te gaan aflossen, door hun aflossingsvrije hypotheek om te zetten naar een annuïteitenhypotheek. Vooral voor oudere huiseigenaren met een relatief lage hypotheek, die de helft of minder bedraagt van de woningwaarde, is dit meestal niet zinvol of zelfs af te raden.
Het gevolg is dat vooral de maandelijkse hypotheeklasten fors gaan stijgen, terwijl er meestal al meer dan voldoende overwaarde is. Bovendien kan het geld dat in de aflossing van de hypotheek wordt gestopt kan niet meer worden opgenomen, bijvoorbeeld voor een noodzakelijke verbouwing om langer in het eigen huis te kunnen blijven wonen.
19 maart 2016, VEH